voor spoed in de avond/nacht en in het weekend

Keelpijn

Als u keelpijn heeft, heeft u een scherpe pijn in uw keel. De mate van pijn kan verschillen. Zo kunt u last hebben van een lichte irritatie, maar ook last hebben van heftige pijn. Daarnaast kunt u moeite hebben met praten en slikken. Als de pijn door een keelontsteking wordt veroorzaakt, is het achter in uw keel erg rood. Daarbij kunt u witte vlekken of slijm achter in uw keel zien. In de meeste gevallen gaat keelpijn samen met verkoudheid en bent u besmet met een virus.

Keelpijn kan ook andere oorzaken hebben. Zo kunt u keelpijn krijgen als:

  • U besmet bent met het Pfeifervirus.
  • U rookt.
  • U uw keel veel schraapt.
  • U teveel droge lucht inademt.
  • U geschreeuwd heeft.
  • U een vergrote schildklier heeft.
  • U uw keel overbelast.
  • U last heeft van een soa. Dit komt niet vaak voor.

Bij keelpijn kunt u klachten hebben, zoals:

  • Een heftige en scherpe pijn in de keel.
  • Moeilijk kunnen slikken of praten.
  • Koorts.
  • Een keelontsteking. Dan is het achter in uw keel erg rood.
  • Gevoelige en gezwollen klieren in uw hals.

Er zijn een aantal dingen die u zelf kunt doen om de pijn te verzachten. Zo kunt u:

  • Iets kouds drinken.
  • Op een dropje of zuurtje zuigen. Speciale zuigtabletten zijn niet nodig. Deze hebben dezelfde werking, maar zijn vaak duurder. Daarnaast zitten er in sommige tabletten pijnstillers (NSDA’s) die u niet onbeperkt kunt slikken. Zuigtabletten, die NSDA’s bevatten, worden vaak afgeraden door de huisarts. U kunt zich het beste laten adviseren door een medewerker van de drogist of de apotheek waar u de zuigtabletten koopt.
  • Rust nemen. Doe dit vooral als u zich niet lekker voelt of koorts heeft.
  • Uw stem minder gebruiken. Als u wel praat, raden wij u aan om zo gewoon als mogelijk te praten. Fluisteren is niet nodig.

Als uw keelpijn door een verkoudheid wordt veroorzaakt, moet u zorgen dat u anderen niet besmet. Dit kunt u voorkomen door:

  • Voldoende afstand van anderen te houden. De richtlijn hiervoor is 1,5 meter.
  • Te hoesten en te niezen in uw elleboog of in een papierenzakdoek. Gooi de zakdoek direct weg.
  • Uw handen goed en regelmatig te wassen. Doe dit ook nadat u uw zakdoek weggegooid hebt.
  • Uw kopjes, glazen en bestek goed te wassen na gebruik.

U moet contact opnemen met uw huisarts als:

  • U zich benauwd voelt.
  • U een piepend en gierend geluid maakt tijdens het ademhalen.
  • U niet meer kunt drinken en slikken.
  • U gaat kwijlen.
  • U uw mond niet meer of moeilijk open kunt doen.
  • U zich steeds zieker gaat voelen.
  • U andere klachten heeft aan de kant van uw hoofd. Een voorbeeld hiervan is oorpijn.
  • U al langer dan 10 dagen keelpijn heeft.
  • U al langer dan 3 dagen koorts heeft. Uw lichaamstemperatuur is dan hoger dan 38 °C.
  • U een chronische ziekte heeft. Uw weerstand kan hierdoor minder zijn. Dan is het goed om advies op te vragen bij uw huisarts.
  • U zich erge zorgen maakt.

Voordat u belt, doorloop eerst deze vragen.

Start